Het affiche van The Artist zou niet misstaan in de jaren twintig van de vorige eeuw. In die periode ligt ook de fascinatie van Michael Hazanavicius, die met zijn film in de voetsporen wilde treden van de grote filmmakers; Hitchcock, Lang, Ford, Lubitsch en Murnau.
Hazanavicius: "zij begonnen allemaal in het tijdperk van de zwijgende film."
"It's the pictures that got small." Het is een van de bekendste uitspraken die in een notendop samenvat wat de toevoeging van geluid betekent voor het bewegende beeld. In The Artist is het niet Nora Desmond die de boot heeft gemist, maar George Valentin. In 1927 is hij nog de gevierde ster die met zijn soepele dansbewegingen zijn vrouwelijke aanbidders tot waanzin brengt. Maar wanneer acteurs ineens tekst krijgen en gaan praten, lijkt het gedaan met zijn carrière.
Een hommage aan de stomme film? Hazanavicius: "Niet in de eerste plaats. Bij het maken van een stomme film kun je niet of nauwelijks leunen op het scenario, noch op de acteurs. Om dit verhaal te vertellen was ik volledig aangewezen op mezelf. Die uitdaging wilde ik aangaan."