Polen zijn luidruchtig, vaak dronken, klitten aan elkaar en spreken geen Nederlands. Althans, zo komen ze regelmatig in het nieuws. Freelance journaliste Cindy Cloin onderzocht of dit beeld overeenkomt met de werkelijkheid in Gelderland.
‘Het is niet het gedrag van de Polen dat tot problemen leidt. Als er al sprake is van een Polenprobleem, zijn het vooral de schrijnende omstandigheden waaronder zij soms wonen en werken. En dat komt de integratie niet ten goede.’
De situatie van de Polen in Gelderland stond maandagavond 18 februari centraal tijdens het Osmose spiegelpaleis in LUX. Sinds de toetreding van Polen tot de EU in mei 2004 en die van Roemenië en Bulgarije in 2007 komen steeds meer migranten uit Oost-Europa naar Nederland. Het zijn er op dit moment naar schatting zo’n 150.000, een verviervoudiging ten opzichte van het jaar 2000.
Cindy Cloïn deed in opdracht van LUX een journalistiek onderzoek naar de situatie van de Polen in Gelderland. Zij sprak met ondernemers, politici, arbeidsbemiddelaars, ambtenaren en Polen om te achterhalen wat beeld en wat werkelijkheid is als het over de Polen gaat.
Hoewel het onmogelijk is om erachter te komen hoeveel Oost-Europese arbeidsmigranten nu precies in Gelderland wonen en werken, gaat het in elk geval om enkele duizenden mensen die met name in de Betuwe en Bommelerwaard wonen en werken. In een stad als Nijmegen wonen naar schatting minstens 1500 (tijdelijke) arbeidsmigranten.
Overlast in de vorm van zuipende en luidruchtige Polen, zoals in de media regelmatig is te horen, wordt volgens Cloïn in Gelderland amper als probleem genoemd. Als er al sprake is van een Polenprobleem dan gaat het vooral over de soms schrijnende omstandigheden waaronder de Oost-Europese arbeidsmigranten hier wonen en werken. Uitbuiting, lange dagen werken voor weinig geld, wonen op een camping of met z’n tienen in een eengezinswoning, het zijn onwenselijke situaties die regelmatig voorkomen.
5 euro per uur
Bert Bakker, voorzitter van de Vereniging voor Internationale Arbeidsbemiddelaars (VIA), reageert op het verhaal van Cloïn: ‘Werkgevers die hun personeel voor 5 euro per uur laten werken, moeten aangepakt worden. Er zijn onlangs afspraken gemaakt met de Arbeidsinspectie dat hier strenger op gecontroleerd gaat worden. Van de 2000 uitzendbureaus die bemiddelen voor internationale arbeidskrachten zijn er misschien wel 1700 die zich niet aan de regels houden. Probleem is dat je ze niet uit kunt roeien. Als je ze pakt, rijden ze morgen met hetzelfde busje met een ander telefoonnummer en andere naam rond.’
SP-kamerlid Paul Ulenbelt zou het liefst paal en perk stellen aan de arbeidsmigratie uit Oost-Europa. Volgens hem is er niet alleen sprake van uitbuiting van de Poolse werknemers, het zorgt ook voor verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt.
De arbeidsomstandigheden zijn ook Harry de Vries, burgemeester van de gemeente Lingewaard, een doorn in het oog. In tegenstelling tot Ulenbelt is hij wel voorstander van Europese arbeidsmigratie. ‘Maar dan moeten we wel onze verantwoordelijkheid nemen. Dat geldt zeker ook voor de huisvesting. In onze gemeente zijn er verschillende panden waar Polen wonen die met vier tot zes man op een kamer slapen. Ze voldoen niet aan de eisen voor brandveiligheid. Daarom zijn we nu streng aan het handhaven.’
Saskia Rosmalen, directeur van uitzendbureau PE People, vindt het een primaire taak van de werkgevers en arbeidsbemiddelaars om te zorgen voor goede huisvesting.
De Vries vraagt zich af wat dat is, goede huisvesting. ‘Je bent als overheid afhankelijk van de goede bedoelingen van de werkgevers. Je hebt er eigenlijk geen controle over. Wij hebben binnen onze gemeente te maken met bonafide uitzendbureaus, die zich waarschijnlijk echt wel aan de regels houden. Maar dat wil niet zeggen dat ze huisvesting goed hebben geregeld. Wij komen situaties tegen die echt niet wenselijk zijn.’
Rosmalen: ‘Je kunt prima afspraken met werkgevers en gemeenten maken over de eisen die je stelt aan de huisvesting. Er is zelfs een officieel keurmerk ontwikkeld. Het enige dat een gemeente hoeft te doen is van een werkgever eisen dat hij zich aan dit keurmerk houdt.’
In de zaal zitten een paar Turkse gastarbeiders die in de jaren zeventig naar Nederland zijn gekomen. Zij herkennen zich erg in de verhalen over de Polen. ‘Bij ons ging het precies hetzelfde. Veel werken, weinig geld en geen goede huizen. Waarom wordt er nu geen oplossing bedacht?’
Blijven de Polen?
Cloïn vraagt zich in haar onderzoek af of de integratie van Polen gevaar loopt, zoals door politici en media vaak wordt gesuggereerd. Het lijkt er op dat slechts een minderheid van de Polen van plan is om zich hier te vestigen. ‘Iedereen gaat terug’, verwacht een Poolse vrouw in het publiek, die zelf trouwens al wel twintig jaar in Nederland woont. Malgorzata Bos-Karczewska, hoofdredacteur van Polonia.nl is het daar grotendeels mee eens. ‘Het integratieprobleem is vooral een probleem van de Nederlanders. Wij herkennen dat niet.’
Maar CDA-kamerlid Madeleine van Toorenburg vindt dat er meer aandacht moet komen voor de integratie. ‘Er zullen geen honderdduizenden Polen hier blijven, maar er is altijd een groep die dat wel doet. Wij willen voorkomen dat de Polen net als veel Turken en Marokkanen tot de onderkant van de samenleving gaan behoren. Daarom moeten ze de taal leren en moeten de kinderen goed onderwijs krijgen.’ Als het aan Van Toorenburg ligt, worden er veel meer eisen gesteld aan de Polen die hier naartoe komen. Een verplichte inburgering is echter onmogelijk omdat deze groep migranten uit de Europese Unie komt.
Cloïn is verbaasd over de mogelijkheden die er op dit moment zijn voor Polen die graag willen inburgeren. ‘Elke gemeente hanteert weer andere regels, maar het is vaak niet mogelijk om op vrijwillige basis een inburgeringscursus te volgen.’ Volgens Rosmalen ligt ook hier weer een taak voor de werkgevers en arbeidsbemiddelaars, die taalcursussen aan hun personeel kunnen bieden.
Cloïn vindt echter dat hier ook een taak ligt voor de overheid. ‘Zorg in elk geval dat de mensen die dat willen de mogelijkheid krijgen om de taal te leren en ook op de hoogte zijn van de mogelijkheden, want daar ontbreekt het nu nog vaak aan. Betere huisvesting, goede arbeidsvoorwaarden en mogelijkheden om de taal te leren, zullen de integratie voor mensen die wel willen blijven in elk geval een stuk makkelijker maken.’
Het debat in LUX De Polen blijven? werd georganiseerd in samenwerking met Osmose, adviesbureau voor multiculturele vraagstukken.

