Een jonge vrouw loopt door Parijs op een middag in juli tussen vijf uur en half zeven. De kijker volgt letterlijk en real time haar voetstappen. Aan het begin van de film kent Cléo, een jonge zangeres, de uitslag van een medisch onderzoek nog niet. Haar eigen voorgevoel plus de voorspelling van een waarzegster doen haar geloven dat ze kanker heeft.
Deze ‘werkelijkheid’ probeert zij tijdens de wandeling van haar huis naar Parc Montsouris te verwerken. Aan het eind wordt zij in een toevallig gesprek met een soldaat die morgen weer terug moet naar Algerije overtuigd dat de liefde zelfs de vrees voor de dood kan wegnemen.
De film is niet zozeer een verhaal - dat toevallig bij Cléo hoort - als een beleving van de tijd. Cléo zegt ergens: “Il nous reste si peu de temps”, en een minuutje later, “On a tout le temps” (“Ik heb nog maar zo weinig tijd - O, tijd zat”). Het brengt Seneca’s befaamde citaat in herinnering dat men moet leven alsof men morgen dood kan gaan. Cléo meent dat ook, “Ik geloof dat ik gelukkig ben.”
Deze film is onderdeel van de filmreeks Varda & Demy.

